Lachen met huisdieren
Y: Misschien kunt ge zo’n klein schattig hondje nemen waar alle lekkere vrouwen op afkomen.
X: Dat zal helaas niet mogen van de huisbaas, maar een vogel mag wel.
Y: Een vogel, dat gaat ge toch niet doen?!
X: Waarom niet?
Y: Dat pist en kakt heel den dag, ge moet die zijn kooi constant kuisen en ge krijgt daar weinig tot geen vriendschap van.
X: Heb jij eigenlijk huisdieren?
Y: Ja, wij hebben thuis een bomma.
X: Een bomma?!
Y: Ja, een bomma. In een kooitje. Daar is wel wat onderhoud aan, maar ge krijgt daar veel vriendschap van.
X: ‘k Denk dat ik toch voor een vogel ga.



